Uien
De ui draagt eeuwen van stilte in zijn schil verborgen mee,
geneest het hart, beschermt het bloed en voedt wat wij niet zien.
Wat ooit de farao’s beschermde tegen dood en tijd,
brengt nog steeds kracht, gezondheid en leven in eenvoud dichtbij.
1. Historie van de ui
1.1 Oorsprong in de oudheid
De exacte herkomst van de ui is archeologisch gezien een van de grotere puzzels van de paleobotanie, de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van fossiele plantenresten om oude ecosystemen en de menselijke landbouwgeschiedenis te reconstrueren. Omdat de zachte, sappige bollen voornamelijk uit water en delicate cellulosevezels bestaan, vergaan ze na de oogst snel en laten ze in de meeste bodemtypen vrijwel geen herkenbare sporen achter. Wetenschappers, archeobotanici en historici moeten het daarom vooral hebben van indirect bewijs, zoals verkoolde resten in prehistorische haardplaatsen, oude inscripties en genetische analyses van moderne rassen. Op basis van deze methoden vermoeden zij dat de ui zijn oorsprong vindt in Centraal-Azië, vermoedelijk in de uitgestrekte regio van het huidige Iran, Afghanistan en West-Pakistan. In deze onherbergzame, bergachtige gebieden heerst een klimaat met extreem koude winters en kurkdroge, hete zomers. De ui ontwikkelde zijn karakteristieke ondergrondse bolvorm vermoedelijk als een evolutionaire overlevingsstrategie om voedingsstoffen en water op te slaan tijdens deze gure, onproductieve seizoenen. Er zijn aanwijzingen dat nomaden en vroege jager-verzamelaars de ui al duizenden jaren geleden in het wild verzamelden. De plant trok de aandacht omdat hij niet alleen een scherpe, stimulerende smaak aan flauwe maaltijden gaf, maar ook omdat hij standhield in tijden van voedselschaarste. Kort na deze periode van wildpluk begonnen vroege agrarische gemeenschappen de plant doelbewust te cultiveren, wat de ui tot een van de vroegste gedomesticeerde gewassen in de geschiedenis van de mensheid maakt. Deze vroege overgang van wild gewas naar cultuurgewas werd vergemakkelijkt door de agronomische tolerantie van de ui. De plant stelt weinig eisen aan de vruchtbaarheid van de bodem, kan overleven met minimale neerslag zodra het wortelstelsel is gevestigd, en is door zijn natuurlijke afweerstoffen relatief resistent tegen veel destructieve insecten, waardoor prehistorische boeren zonder complexe hulpmiddelen een betrouwbare en voorspelbare oogst konden realiseren.
1.2 Religieuze en functionele waarde in het Oude Egypte
In het Oude Egypte steeg de ui boven de status van louter voedsel uit en nam het gewas een spirituele en heilige status in die verweven was met de Egyptische kosmologie en de rituelen rondom de dood. De Egyptenaren keken met een filosofische en religieuze blik naar de natuur en ontdekten in de opeenvolgende, concentrische sferische lagen van de ui een tastbaar symbool voor de eeuwigheid, de oneindigheid van de ziel en het cyclische karakter van het universum. Deze gelaagdheid deed hen denken aan de verschillende sferen van de hemel en de opeenvolgende stadia van de schepping. Vanwege deze symboliek speelde de ui een rol in het mummificatieproces, de complexe anatomische en rituele balsemtechniek waarbij het lichaam van een overledene werd geprepareerd en geconserveerd om ontbinding tegen te gaan zodat de ziel succesvol kon reizen naar het hiernamaals. Archeologen hebben ontdekt dat uien geplaatst werden in de oogkassen, de borstholte en rond de ledematen van gemummificeerde farao’s, waaronder koning Ramses II. Men geloofde dat de sterke, doordringende geur van de ui de kracht bezat om de zintuigen van de overledene in het dodenrijk te reactiveren en de rituele ademhaling te herstellen. Naast deze aristocratische en spirituele toepassingen had de ui ook een functionele waarde aan de basis van de Egyptische samenleving. De groente vormde een onderdeel van het dagelijkse dieet van de arbeiders, slaven en handwerkslieden die de piramiden en tempelcomplexen bouwden. In het hete, droge woestijnklimaat was de ui een van de weinige voedingsmiddelen die lange tijd bewaard konden worden in voorraadschuren zonder te rotten of veel aan voedingswaarde in te boeten. De ui voorzag de arbeiders van een bron van vocht, natuurlijke suikers en micronutriënten, wat van belang was om de fysieke inspanning van het bouwwerk te volbrengen zonder te bezwijken aan ondervoeding of uitdroging.
1.3 De Grieken, Romeinen en de Middeleeuwen
De overgang van de ui naar de klassieke Europese oudheid markeerde een verschuiving waarbij de nadruk steeds meer kwam te liggen op de vermeende medicinale en prestatieverhogende eigenschappen van de bol. De oude Grieken gebruikten uien op grote schaal in de overtuiging dat deze hun atleten fysieke kracht bijzette. In de aanloop naar de antieke Olympische Spelen consumeerden deelnemende atleten volgens overlevering aanzienlijke hoeveelheden rauwe en gekookte uien om hun spieren te versterken. Ook zouden zij uiensap hebben gedronken en hun lichaam hebben ingewreven met uienextracten. Deze praktijk kwam voort uit de toenmalige humoraaltheorie, de medische doctrine die stelde dat de menselijke gezondheid werd gereguleerd door de balans tussen vier fundamentele lichaamssappen, waarbij de ui werd gezien als een warm en droog element dat het bloed kon zuiveren en de inwendige warmte kon stimuleren. Toen het Romeinse Rijk de dominante factor in Europa werd, namen de Romeinen de ui over en integreerden ze de groente in hun landbouw- en militaire systemen. De Romeinen verspreidden de groente over het Europese continent, tot in Brittannië en Germanië, door bij nieuw opgerichte militaire kampementen groentetuinen aan te leggen. Men geloofde dat de consumptie van uien het gezichtsvermogen scherp hield, infecties genas en hielp tegen alledaagse kwalen zoals slapeloosheid, mondzweren en hondenbeten. Romeinse soldaten kregen daarom standaard uien in hun dagelijkse rantsoen. Na de val van het Romeinse Rijk, tijdens de Europese Middeleeuwen, consolideerde de ui zijn positie als een van de belangrijkste pijlers van de voedselzekerheid. De ui was in deze periode zo verweven met de economie dat het gewas soms werd geaccepteerd als betaalmiddel. Burgers konden ermee hun grondhuur betalen aan de feodale heer, en manden vol uien werden geregistreerd als huwelijksgeschenken. Deze economische status was mede het gevolg van de eigenschap van de ui om als wintergroente te dienen. In een tijd waarin er tijdens de wintermaanden een chronisch gebrek was aan verse producten, was de ui een van de weinige betrouwbare bronnen die de bevolking hielp beschermen tegen scheurbuik, de deficiëntieziekte die wordt veroorzaakt door een langdurig en ernstig tekort aan vitamine C en die leidt tot tandvleesbloedingen en algehele fysieke aftakeling.
Bronnen:
-
Phylogenomics of Allium section Cepa (Amaryllidaceae) provides new insights on domestication of onion – PMC: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8103341/
-
“Origin and History of Onions” – IOSR Journal of Humanities and Social Science: https://www.iosrjournals.org/iosr-jhss/papers/Vol.%2022%20Issue9/Version-13/B2209130710.pdf
2. Verspreiding en teelt
2.1 Wereldwijde verspreiding
De geopolitieke en maritieme dynamiek van de vijftiende en zestiende eeuw luidde een nieuw hoofdstuk in voor de ecologische verspreiding van de ui, aangedreven door de Europese ontdekkingsreizen die de werelden permanent met elkaar verbonden. De ui was een van de Europese cultuurplanten die de Atlantische Oceaan overstak als onderdeel van de Columbiaanse uitwisseling, de grootschalige transatlantische overdracht van landbouwgewassen, dieren, culturen en ziekten tussen het oostelijke en westelijke halfrond. Historische bronnen vermelden dat de ontdekkingsreiziger Christopher Columbus de ui meenam tijdens zijn tweede expeditie naar het Caribische eiland Hispaniola in 1493. Vanuit dit eiland startte een snelle opmars: binnen enkele decennia verspreidde de teelt van de ui zich over het Noord- en Zuid-Amerikaanse continent. Inheemse bevolkingsgroepen, zoals de Azteken en de Maya’s, die al bekend waren met bepaalde wilde, minder productieve lookachtige planten, namen de Europese ui over in hun bestaande landbouwsystemen. Dit succes was mede te danken aan het feit dat de ui zich goed aanpaste aan de verscheidenheid aan ecologische omstandigheden in de Nieuwe Wereld, variërend van vochtige, tropische laaglanden tot drogere, gematigde vlakten. Vandaag de dag wordt de ui op vrijwel elk continent ter wereld geteeld, met uitzondering van het permanent bevroren Antarctica. Deze verspreiding illustreert de agronomische aanpassingsvermogen van de plant en de universele plaats die de ui in de wereldkeuken heeft verworven.
2.2 Belangrijkste productielanden
De schaal waarop uien wereldwijd worden geproduceerd is groot: de totale jaarlijkse oogst loopt in de tientallen miljoenen tonnen. De geografische verdeling van de belangrijkste productielanden laat zien hoe demografie, cultuur en agrotechnologie de moderne agrarische sector vormgeven. China is wereldwijd de grootste producent, met een agrarische infrastructuur die primair is ingericht op de eigen, grote binnenlandse markt. De uienteelt is in China verspreid over provincies met uiteenlopende klimaatzones, waardoor er vrijwel het hele jaar door geoogst kan worden. India bezet doorgaans de tweede positie in de mondiale ranglijst. In de Indiase samenleving is de ui een politiek en sociaal gevoelig product: omdat de ui de basis vormt voor veel dagelijkse maaltijden van zowel arme als welvarende bevolkingsgroepen, hebben misoogsten door mislukte moessons of scherpe prijsstijgingen in het verleden geleid tot maatschappelijke onrust en politieke gevolgen. Nederland is geografisch klein, maar geldt als een van de grootste exporteurs van uien ter wereld en exporteert doorgaans meer dan een miljoen ton uien per jaar. Dit succes wordt mede verklaard door de vruchtbare zeekleigronden in de Nederlandse polders en kustregio’s, gecombineerd met een mild, maritiem klimaat met gelijkmatige neerslag, wat gunstige omstandigheden biedt voor een stevige bolstructuur en lange houdbaarheid. Daarnaast beschikt de Nederlandse agrarische sector over een sterk ontwikkelde logistieke infrastructuur en mechanisatie- en opslagfaciliteiten waarmee uien maandenlang in goede conditie kunnen worden gehouden.
Bronnen:
-
Conservation and Global Distribution of Onion (Allium cepa L.) Germplasm for Agricultural Sustainability: https://www.mdpi.com/2223-7747/12/18/3294
3. Gezondheidsvoordelen
Uien zijn in de moderne voedingswetenschap allang niet meer louter gecategoriseerd als eenvoudige smaakmakers, maar worden erkend als functionele voeding vanwege hun rijke biochemische profiel. Ze leveren onder andere vitamine C, vitamine B6 en kalium, terwijl ze caloriearm zijn en nauwelijks vetten bevatten. Wat de ui bovendien onderscheidt, is de concentratie van secundaire plantenstoffen, actieve moleculen die de plant oorspronkelijk aanmaakt voor zijn eigen overleving en bescherming. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen bevindingen uit celkweek- en dierstudies enerzijds en onderzoek bij mensen anderzijds: veel van de mechanismen hieronder zijn primair aangetoond in preklinisch onderzoek en verdienen meer humaan onderzoek voordat er harde klinische conclusies aan verbonden kunnen worden.
3.1 Rijk aan antioxidanten (quercetine)
De nutritionele kracht van de ui komt onder andere tot uiting in zijn vermogen om oxidatieve schade op cellulair niveau te bestrijden, wat te danken is aan een overvloed aan flavonoïden. Flavonoïden vormen een omvangrijke groep van natuurlijke polyfenolen, plantaardige chemische verbindingen die bekendstaan om hun biologische activiteit en hun vermogen om als pigment te fungeren, wat onder andere de rode of goudgele kleur van bepaalde uienrassen verklaart. Een belangrijke flavonoïde binnen dit spectrum is quercetine, aanwezig in relatief hoge concentraties in de buitenste rokken van de ui. Quercetine fungeert in laboratoriumonderzoek als antioxidant: een molecuul dat vrije radicalen kan vangen en onschadelijk maken. Vrije radicalen zijn reactieve, onstabiele atomen of moleculen die een onbezet elektron bezitten en daardoor kunnen reageren met celstructuren zoals eiwitten, lipiden in het celmembraan en DNA. Wanneer de productie van vrije radicalen de overhand krijgt, raakt het lichaam in een toestand van oxidatieve stress, een balansverstoring die in verband wordt gebracht met versnelde celveroudering en het ontstaan van chronische ontstekingsprocessen. Onderzoek in celmodellen laat zien dat quercetine deze radicalen kan neutraliseren en de activiteit van lichaamseigen antioxidatieve enzymen kan ondersteunen.
Bronnen:
-
Onion (Allium cepa L.) is potentially a good source of important antioxidants – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30996417/
-
Quercetin and its metabolites protect hepatocytes against ethanol-induced oxidative stress by activation of Nrf2 and AP-1 – PMC: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6049666
-
Allium cepa Extract and Quercetin Protect Neuronal Cells from Oxidative Stress via PKC-ε Inactivation/ERK1/2 Activation – PMC: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5030440
3.2 Ondersteuning van het hart- en vaatstelsel
Het cardiovasculaire systeem, de medische term voor het netwerk van het hart en de bloedvaten dat verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam, is onderwerp geweest van onderzoek naar de bioactieve componenten in de ui. Een gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek bij mensen met overgewicht en (pre-)hypertensie liet zien dat een quercetinerijk uienschilextract de systolische bloeddruk over 24 uur kon verlagen bij de subgroep deelnemers met hypertensie, al werd in dit specifieke onderzoek geen aanvullend effect op de endotheelfunctie gevonden. Een ander onderzoek bij mensen met overgewicht en obesitas toonde wel een significante verbetering van de endotheelfunctie, gemeten via flow-mediated dilation, en een toename van circulerende endotheliale voorlopercellen na twaalf weken inname van een quercetinerijk uienschilextract. Daarnaast wijst onderzoek uit dat de organozwavelverbindingen in de ui een remmende invloed kunnen hebben op de aggregatie, oftewel de samenklontering, van bloedplaatjes, wat samenhangt met een verminderde neiging tot stolselvorming. Deze bevindingen ondersteunen een gunstige rol van uienconsumptie voor de cardiovasculaire gezondheid, met name via bloeddrukregulatie, endotheelfunctie en bloedplaatjesfunctie, al zijn de resultaten niet in elk onderzoek consistent en is verder onderzoek nodig om vast te stellen in hoeverre dit zich vertaalt naar een verminderd risico op harde eindpunten zoals een hartinfarct.
Bronnen:
-
Effects of a quercetin-rich onion skin extract on 24 h ambulatory blood pressure and endothelial function in overweight-to-obese patients with (pre-)hypertension – PMC: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4594049/
-
Effect of onion peel extract on endothelial function and endothelial progenitor cells in overweight and obese individuals – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26233871/
-
Antiplatelet activity in onion (Allium cepa) is sulfur dependent – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8883285/
3.3 Bloedsuikerregulatie
Op het gebied van de endocrinologie, de medische wetenschap die zich bezighoudt met de werking van hormonen, is de ui onderzocht als mogelijke ondersteuning bij de stabilisatie van de glucosehuishouding. Dit is met name relevant voor onderzoek naar diabetes mellitus type 2, een chronische stofwisselingsstoornis waarbij lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. In dierstudies, onder meer bij ratten, is aangetoond dat quercetine de activiteit van alfa-glucosidasen kan remmen: enzymen in de dunne darm die complexe koolhydraten afbreken tot glucose. Door deze enzymatische splitsing te vertragen, kan glucose geleidelijker de bloedbaan instromen, wat een scherpe bloedsuikerpiek na de maaltijd kan afvlakken. Een oudere humane studie naar de essentiële olie van ui, met daarin onder andere allylpropyldisulfide, liet effecten zien op bloedsuiker-, vrije vetzuur- en insulinewaarden bij proefpersonen. Deze bevindingen zijn veelbelovend, maar zijn grotendeels afkomstig uit dieronderzoek of kleinschalig ouder humaan onderzoek; grootschaliger klinisch onderzoek bij mensen is nodig om deze effecten definitief te bevestigen.
Bronnen:
-
Effects of Onion (Allium cepa L.) Extract Administration on Intestinal α-Glucosidases Activities and Spikes in Postprandial Blood Glucose Levels in SD Rats Model – PMC: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3131588/
-
Effect of essential oil of onion (allyl propyl disulphide) on blood glucose, free fatty acid and insulin levels of normal subjects – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/1126028/
3.4 Gezonde spijsvertering en darmflora
Het maag-darmstelsel profiteert op microbiologisch niveau van de ui, die fungeert als bron van specifieke prebiotica. In de gastro-enterologie wordt onderscheid gemaakt tussen gewone voedingsvezels en prebiotische vezels. Prebiotica, zoals inuline en fructo-oligosachariden, die in ruime mate in de ui aanwezig zijn, zijn koolhydraatketens die de maag en de dunne darm grotendeels ongeschonden passeren en in het colon, de dikke darm, dienen als voedingsbron voor het microbioom: de gemeenschap van micro-organismen die in onze darmen leeft. Onderzoek laat zien dat inuline de groei van gunstige bacteriestammen, waaronder Bifidobacteriën en Lactobacillen, kan stimuleren. Bij het metaboliseren van deze vezels produceren deze bacteriën korteketenvetzuren, zoals acetaat, propionaat en butyraat. Deze vetzuren verlagen de zuurgraad in de darmholte, wat een minder gunstig milieu creëert voor bepaalde ongewenste bacteriestammen. Butyraat dient bovendien als energiebron voor de colonocyten, de cellen die de darmwand vormen, en draagt zo bij aan de darmbarrièrefunctie. Dit is relevant voor de afweer, aangezien naar schatting een aanzienlijk deel van de immuuncellen van het lichaam zich in en rond de darmwand bevindt.
Bronnen:
-
The Prebiotic Potential of Inulin-Type Fructans: A Systematic Review – PMC: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8970830/
-
Effects of Inulin-Based Prebiotics Alone or in Combination with Probiotics on Human Gut Microbiota and Markers of Immune System – PMC: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9229734/
-
The prebiotic potential of dietary onion extracts: shaping gut microbial structures and promoting beneficial metabolites – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39714164/
3.5 Verbetering van de botdichtheid
In de osteologie, de discipline die zich richt op de anatomie en pathologie van het skelet, wordt de ui onderzocht als mogelijk nutritioneel hulpmiddel voor de botgezondheid. Een Amerikaans epidemiologisch onderzoek onder ruim vijfhonderd perimenopauzale en postmenopauzale vrouwen, gebaseerd op NHANES-gegevens, vond dat een hogere frequentie van uienconsumptie samenhing met een hogere botdichtheid: vrouwen die dagelijks uien aten hadden een botdichtheid die ongeveer vijf procent hoger lag dan vrouwen die dat zelden deden. Dit betreft een correlationeel onderzoek, wat wil zeggen dat het een verband aantoont zonder oorzakelijkheid te bewijzen. Voor een mogelijk onderliggend mechanisme is vooral preklinisch bewijs beschikbaar: laboratoriumonderzoek identificeerde in de ui een bioactieve verbinding genaamd gamma-glutamyl-propenyl-cysteïne-sulfoxide, afgekort GPCS, die in celkweekonderzoek met osteoclasten van jonge ratten de activiteit van deze cellen remde. Osteoclasten zijn de cellen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van botweefsel in het continue proces van botremodellering. Deze bevindingen suggereren een mogelijk mechanisme waarmee bestanddelen van de ui de botafbraak zouden kunnen afremmen, maar zijn afkomstig uit dieronderzoek en celkweek en nog niet bevestigd in gecontroleerd humaan onderzoek. In combinatie met het menselijke correlatieonderzoek vormt dit een interessant, maar nog niet doorslaggevend bewijsbeeld voor de rol van de ui bij het beperken van botverlies, wat relevant blijft in de context van osteoporosepreventie op latere leeftijd.
Bronnen:
-
The association between onion consumption and bone density in perimenopausal and postmenopausal non-Hispanic white women 50 years and older – Menopause (PubMed): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19240657/
-
A gamma-glutamyl peptide isolated from onion (Allium cepa L.) by bioassay-guided fractionation inhibits resorption activity of osteoclasts – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15853380/
3.6 Antibacteriële eigenschappen
De ui bevat secundaire metabolieten waarvan in laboratoriumonderzoek een antimicrobiële activiteit is aangetoond, wat binnen de microbiologie is gedocumenteerd. Zodra het weefsel van de ui mechanisch wordt beschadigd, treden enzymatische reacties op die leiden tot de vorming van actieve organozwavelverbindingen. In gecontroleerde in-vitro laboratoriumstudies, dat wil zeggen onderzoek uitgevoerd in een reageerbuis of petrischaal buiten een levend organisme, is aangetoond dat uienextracten een remmende tot dodende werking kunnen hebben op bepaalde bacteriestammen die worden geassocieerd met infecties in de mondholte, zoals Streptococcus mutans en Porphyromonas gingivalis, de micro-organismen die betrokken zijn bij tandplakvorming en tandvleesontsteking. De zwavelverbindingen in de ui zouden hun werking uitoefenen door de celmembraan van deze bacteriën aan te tasten, waardoor de doorlaatbaarheid wordt verstoord. Deze bevindingen zijn vooralsnog beperkt tot laboratoriumomstandigheden; ze onderbouwen niet dat ui-consumptie of -toepassing bij mensen een bewezen alternatief is voor antiseptica of antibiotica, al verklaren ze wel waarom de ui in de traditionele volksgeneeskunde voor dit doel werd gebruikt.
Bronnen:
-
Anti-bacterial action of onion (Allium cepa L.) extracts against oral pathogenic bacteria – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9354029/
-
Antimicrobial, anti-inflammatory, and antioxidant effect of onion peel extract (Allium cepa L.) on periodontal pathogen Porphyromonas gingivalis: An in vitro analysis – PMC: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12975159/
3.7 Ondersteuning van de leverfunctie
De lever is een centraal metabool en ontgiftingsorgaan, en de hepatologie erkent het belang van zwavelhoudende aminozuren voor de werking van dit orgaan. Uien zijn een bron van organische zwavelverbindingen, die in de levercellen kunnen dienen als bouwstenen voor de aanmaak van glutathion. Glutathion is een tripeptide dat in de biochemie bekendstaat als een van de belangrijkste antioxidanten van het lichaam, aanwezig in nagenoeg elke cel. In de hepatocyten, de cellen die het grootste deel van het leverweefsel vormen, speelt glutathion een rol in de zogenoemde fase-twee-ontgiftingsroute: het metabole proces waarin de lever bepaalde toxische stoffen en restmetabolieten van medicijnen chemisch neutraliseert door ze wateroplosbaar te maken, zodat ze via de nieren of de galblaas kunnen worden uitgescheiden. Door uien te consumeren wordt het lichaam voorzien van zwavelhoudende bouwstoffen, wat in theorie kan bijdragen aan de instandhouding van de glutathionvoorraad, al is specifiek humaan onderzoek naar dit effect van uienconsumptie beperkt.
Bronnen:
-
Onion (Allium cepa) and its Main Constituents as Antidotes or Protective Agents against Natural or Chemical Toxicities: A Comprehensive Review – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34400937/
4. Risico’s en aandachtspunten
Ondanks de vele positieve eigenschappen die aan de ui worden toegeschreven, is de groente vanuit het perspectief van de pathofysiologie niet voor elk individu zonder meer gunstig. Er zijn specifieke metabole, veterinaire en farmacologische aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden.
4.1 Maag- en darmklachten (FODMAP’s)
In de gastro-enterologische voedingsleer vormen uien voor sommige mensen een trigger voor functionele maag-darmklachten, wat wordt toegeschreven aan de relatief hoge concentratie aan fructanen. Fructanen zijn oligosachariden, ketens van fructosemoleculen, die niet enzymatisch kunnen worden gesplitst in de dunne darm omdat de mens de benodigde verteringsenzymen daarvoor mist. Binnen de moderne voedingswetenschap vallen deze stoffen onder de FODMAP’s, een acroniem voor Fermentable Oligosaccharides, Disaccharides, Monosaccharides and Polyols: een verzamelnaam voor korteketenkoolhydraten en suikeralcoholen die slecht worden opgenomen in het spijsverteringskanaal. Voor mensen met het prikkelbaredarmsyndroom, een chronische gastro-intestinale aandoening gekenmerkt door een verstoorde darmmotiliteit en een verhoogde gevoeligheid van de darmwand, kan de consumptie van fructaanrijke voeding zoals ui klachten geven. Omdat deze suikers grotendeels onverteerd de dunne darm passeren, komen ze in het colon terecht, waar ze door de aanwezige bacteriën worden gefermenteerd. Dit gistingsproces produceert gassen, waaronder waterstof, methaan en kooldioxide. Tegelijkertijd trekken fructanen extra water aan in de darmholte. De combinatie van gasvorming en vochttoename kan leiden tot een opgeblazen gevoel, winderigheid en buikkrampen.
4.2 Het verdedigingsmechanisme (tranen tijdens het snijden)
Het fenomeen van tranende ogen tijdens het snijden van een ui wordt vanuit de plantenbiochemie verklaard als een chemisch afweersysteem dat de ui in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld om zich te beschermen tegen planteneters zoals knaagdieren, slakken en insecten. In een intacte ui zijn de betrokken chemische componenten van elkaar gescheiden: aminozuursulfoxiden bevinden zich in het cytoplasma van de plantencel, terwijl het enzym allinase is opgeslagen in de vacuolen, de met vocht gevulde blaasjes in de cel. Zodra het weefsel van de ui mechanisch wordt beschadigd, bijvoorbeeld door een keukenmes, komen deze stoffen met elkaar in contact. Allinase zet de aminozuursulfoxiden om tot sulfenzuren. Een tweede enzym, de lachrymatory-factor synthase, zet deze sulfenzuren vervolgens om in propaanthial-S-oxide: een vluchtige, zwavelhoudende verbinding die vanuit de beschadigde cellen in de lucht terechtkomt. Wanneer dit gas de traanfilm van het oog bereikt, ontstaat een chemische reactie waarbij onder andere zwavelzuur in minieme hoeveelheid wordt gevormd. Dit irriteert de zenuwuiteinden van de nervus ophthalmicus, een tak van de drielingzenuw, die een signaal doorgeeft dat via het zenuwstelsel de traanklier activeert. Dit resulteert in een reflexmatige traanproductie, bedoeld om de irriterende stof te verdunnen en weg te spoelen. Het gebruik van een scherp mes kan deze reactie enigszins verminderen, omdat een scherp lemmet de cellen netter doorsnijdt in plaats van ze te pletten, waardoor er minder van de vluchtige stof vrijkomt.
4.3 Toxiciteit voor huisdieren
Binnen de veterinaire toxicologie is de ui bekend als een gevaarlijke en potentieel dodelijke stof voor huisdieren, in het bijzonder voor honden en katten. De toxiciteit van de ui houdt verband met de aanwezigheid van organozwavelverbindingen, waaronder thiosulfaten. Terwijl de menselijke fysiologie beschikt over enzymen om deze verbindingen te verwerken, missen honden en katten deze enzymatische capaciteit grotendeels. Wanneer een huisdier ui binnenkrijgt, kunnen deze verbindingen in de bloedbaan een oxidatieve schade aan de erytrocyten, de rode bloedcellen, veroorzaken. De stoffen reageren met het hemoglobine in de rode bloedcel, wat kan leiden tot de vorming van zogeheten Heinz-lichaampjes: aggregaten van beschadigd eiwit die zich aan het celmembraan hechten. Dit vervormt de cel en maakt hem fragieler. Wanneer deze cellen door de milt passeren, worden ze herkend als beschadigd en versneld afgebroken, wat kan resulteren in een hemolytische anemie: een vorm van bloedarmoede waarbij rode bloedcellen sneller worden afgebroken dan het beenmerg nieuwe kan aanmaken. Klinische symptomen van deze vergiftiging kunnen zijn: lethargie, bleke of gelige slijmvliezen, een versnelde ademhaling en donker verkleurde urine door de aanwezigheid van afbraakproducten van bloed. Zonder tijdig veterinair ingrijpen kan dit leiden tot ernstige complicaties. Dit risico is grotendeels onafhankelijk van de bereidingswijze: rauwe, gekookte, gebakken en gedroogde uien, waaronder uienpoeder, zijn allemaal potentieel gevaarlijk voor huisdieren.
4.4 Interactie met medicatie
Vanuit de klinische farmacologie moet de ui geëvalueerd worden vanwege het vermogen om farmacodynamische interacties aan te gaan met bepaalde medicatiegroepen. Dit risico speelt met name bij patiënten die therapeutische antistollingsmiddelen gebruiken: medicijnen die in de volksmond vaak bloedverdunners worden genoemd, maar die in werkelijkheid de stollingscascade remmen om de vorming van bloedstolsels te voorkomen bij mensen met een verhoogd risico, bijvoorbeeld na een beroerte, bij diepe veneuze trombose of bij hartritmestoornissen zoals atriumfibrilleren. De organozwavelverbindingen in de ui hebben een anti-aggregerende werking op bloedplaatjes. Wanneer een patiënt die anticoagulantia zoals warfarine of acenocoumarol gebruikt, plotseling overgaat op een sterk verhoogde consumptie van uien of geconcentreerde uienextracten, kan een versterkend effect optreden waardoor het risico op bloedingen toeneemt. Dit kan zich uiten als bloedneuzen, snel optredende blauwe plekken of bloedend tandvlees, en in ernstigere gevallen als meer uitgebreide bloedingen. Om deze reden wordt geadviseerd om de dagelijkse inname van uien stabiel te houden en grote schommelingen te vermijden bij gebruik van antistollingsmedicatie.
Bronnen:
-
Enzyme That Makes You Cry: Crystal Structure of Lachrymatory Factor Synthase from Allium cepa – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28708375/
-
An experimental study of hemolysis induced by onion (Allium cepa) poisoning in dogs – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18307506/
-
Mechanism for antiplatelet effect of onion: AA release inhibition, thromboxane A2 synthase inhibition and TXA2/PGH2 receptor blockade – ScienceDirect: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0952327800901558
-
Ingestion of onion soup high in quercetin inhibits platelet aggregation and essential components of the collagen-stimulated platelet activation pathway in man: a pilot study – PubMed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16925853/
Tot slot
De ui is een gewas dat een blijvende plaats heeft in de menselijke voedings- en cultuurgeschiedenis. Van zijn heilige status in de rituelen van het Oude Egypte, via de praktische en sportieve toepassingen in de klassieke oudheid van de Grieken en de Romeinen, tot de moderne agrarische exportpositie die landen als Nederland vandaag de dag innemen; de ui heeft zich weten te handhaven dankzij zijn agronomische aanpassingsvermogen en zijn brede culinaire toepasbaarheid. De moderne voedingswetenschap onderzoekt met empirische methoden wat oudere culturen al intuïtief vermoedden: de ui bevat een reeks bioactieve stoffen die relevant kunnen zijn voor de gezondheid. Dankzij flavonoïden zoals quercetine, prebiotische vezels zoals inuline en fructo-oligosachariden, en organische zwavelverbindingen, vormt dit bolgewas een waardevolle aanvulling op het dagelijkse voedingspatroon. Onderzoek wijst op een mogelijke ondersteunende rol bij de cardiovasculaire gezondheid, de glucosehuishouding, de darmflora en de botdichtheid, al is een deel van dit bewijs nog afkomstig uit dier- en celstudies en is aanvullend humaan onderzoek nodig om de precieze klinische betekenis vast te stellen. Deze veelbelovende eigenschappen gaan gepaard met de noodzaak tot een genuanceerde omgang met de ui. Mensen met een gevoeligheid voor fermenteerbare FODMAP-koolhydraten zoals fructanen kunnen last krijgen van functionele darmklachten. De toxiciteit van de zwavelverbindingen voor honden en katten vraagt om waakzaamheid van huisdiereigenaren, en het bloedplaatjesremmende effect vraagt om een stabiele, gematigde consumptie bij patiënten die antistollingstherapie ondergaan. Met inachtneming van deze aandachtspunten blijft de ui een toegankelijk en veelzijdig voedingsmiddel met een rijke voedingswaarde en een lange papieren geschiedenis van gebruik binnen de menselijke keuken.